Welk werkwoord is correct: faciliëren of faciliteren?
Beide werkwoorden zijn correct, maar er is sprake van een betekenisverschil: faciliëren betekent alleen 'vergemakkelijken' en faciliteren betekent naast 'vergemakkelijken' ook 'faciliteiten verlenen'.
In de meeste woordenboeken zijn faciliëren en faciliteren niet opgenomen, maar Van Dale (1999) en Koenen (1999) vermelden wel beide werkwoorden. Faciliëren wordt in zowel Van Dale als Koenen omschreven als 'vergemakkelijken'. Over de betekenis van faciliteren verschillen de twee woordenboeken echter van mening. Van Dale neemt als eerste betekenis van faciliteren 'faciliëren' op en als tweede betekenis 'technische hulp, voorzieningen aanbieden, beschikbaar stellen aan'. Koenen vermeldt bij faciliteren níét de betekenis 'vergemakkelijken'. Faciliteren wordt echter nog wel in die betekenis gebruikt.
Als u de betekenis 'vergemakkelijken' bedoelt, kunt u er ook voor kiezen om in plaats van faciliëren of faciliteren het werkwoord vergemakkelijken te gebruiken. Voor veel taalgebruikers zal dat duidelijker zijn.
Acquisiteren / acquireren
Comiteren / comitteren / commiteren / committeren
Destilleren / distilleren
Prognotiseren / prognostiseren / pronostikeren / prognosticeren
|
|
faciliëren |
faciliteren |
|
- |
- |
|
|
- |
- |
|
|
vergemakkelijken |
1 faciliëren 2 technische hulp, voorzieningen aanbieden, beschikbaar stellen aan |
|
|
vergemakkelijken |
door het vervullen van randvoorwaarden mogelijk maken; de faciliteiten verlenen voor |
|
|
- |
- |
|
|
- |
- |
|
|
- |
- |